‘zelfs haar plaats…’ reprise … :-)
Regelmatig rijd ik door de Drouwenermond. En steeds opnieuw doe ik, zo goed en zo kwaad dat gaat en voor zover dat mogelijk is zonder de veiligheid van het verkeer in gevaar te brengen, pogingen om te ontdekken wáár dat kerkje nou stond…
De eerste keer dat ik in Stadskanaal kwam kijken en rondreed om te kijken naar mogelijke woningen, viel mijn oog toevallig op een alleraardigst leuk, klein kerkje. ‘Sjoh, best een kerkelijke streek hier dus’ – dacht ik. Toen zag ik opeens het witte bord met zwarte letters: ‘Te Koop’. O.
Anderhalf jaar later rij ik opnieuw door de Drouwenermond, en nu met enige regelmaat, op weg naar mijn broers, schoonzus, nichtje en ouders, die inmiddels in Weerdinge/Nieuw Weerdinge zijn gaan wonen. En steeds opnieuw verbaas ik me over het feit dat ik het kerkje niet terug kan vinden. Dat stond hier toch ergens? ‘Het is afgebroken’, zo hoor van die- en gene. Maar dan zou toch op z’n minst de plék nog terug te vinden moeten zijn waar dat kerkje stond? Zo’n typisch braakliggend terrein? Met zo’n lelijk schots en scheef staand bouwhek? Zo’n hek waar kinderen met gemak tussendoor glippen om heerlijk op het bouwterrein met de stenen, planken en brokken muur sjouwen en hutten te bouwen? Maar nee, niets van dat alles…
Zelfs geen huis wat er heel nieuw uitziet, zodat je in ieder geval nog kunt vermoeden dat het kerkje blijkbaar dáár stond.
Nee, zelfs haar plaats kent haar niet meer… Doet me een beetje denken aan psalm 103. Een bloem in het veld. Zo kwetsbaar, zo teer, zo breekbaar – en een deel van haar schoonheid is juist daarin gelegen. Het éne jaar lig ik nog in het gras, met mijn vingers door de grassprietjes woelend en aandachtig een madeliefje van dichtbij bekijkend, en het jaar daarop zou ik met geen mogelijkheid die plek en dat bloempje terug kunnen vinden.
Is de kerk ook zo? Zo mooi, klein, met van die leuke ronde Romaanse boogjes, vriendelijk, eenvoudig, met rode bakstenen en volgens mij (als ik het mij goed herinner) ook een klein houten torentje? Geen idee. Het is weg. Zelfs haar plaats kent haar niet meer. En als psalm 103 mij niet zou bemoedigen zou ik er nog weemoedig van raken ook….
Recenseur gezocht
Al eerder schreef ik over mijn boekenplankje met Nog Te Lezen Boeken. De wekelijkse boekenbijlage bij de krant is voor mij vanwege dit volle plankje een terugkerende beproeving. Lees ik deze verleidelijke bijlage wél, of ben ik verstandig en lees ik het maar niet? Blijf ik bij, door de nieuwste uitgaven op m’n vakgebied te lezen – en gewoon weer eens wat goede literatuur die je aan het denken zet? Of ga ik nu eindelijk Tolstojs Oorlog en Vrede lezen die al vijf jaar op het plankje staat?
Onlangs bezweek ik en kwam ik in de boekenbijlage een bijzonder interessante aankondiging tegen van een nieuw boek. ‘Over Krimp’, een sociologisch perspectief op bevolkingsdaling.
Volgens de sociologen en deskundigen ‘daar in het westen’, leven we hier in Stadskanaal in een krimpregio. Hele gebieden van Nederland zullen in de komende tientallen jaren langzaam leegraken, volgens deze beleidsmakers. Schrikbeelden over wegtrekkende middenstand en uitgestorven dorpjes worden in allerhande beleidsnota’s in trieste kleuren op een doek van somberheid uitgetekend. En ik zie en onderken het. Maar hier in Stadskanaal zie ik het nog niet zo. Ik zie een levende gemeenschap. In een krimpregio, ja, dat wel. En als kerk plaatst dat ons natuurlijk ook voor uitdagingen. Al was het alleen al de mentale uitdaging om ons geen negativiteit aan te laten praten. We hadden al ‘Secularisatie-golf’, toen kwam daar ‘Economische Recessie’, en nu moeten we ook nog mee gaan jammeren over ‘Bevolkingskrimp’?? Ach en wee… Wat een gesomber…
Vandaar dat deze boekaankondiging mijn aandacht trok; ‘minder mensen, meer kwaliteit‘. Hier volgt het stukje tekst wat ik las;
Nederland telt momenteel 16.723.351 inwoners. Daar komt tot 2040 nog ruim een miljoen bij, pas daarna zal de bevolking langzaam dalen. We groeien. Toch hebben sommige gebieden nu al te maken met krimp. Bedrijven trekken weg, mensen zoeken hun heil elders, woningen komen leeg te staan, scholen en winkels moeten sluiten, het verenigingsleven wordt met kunst-en vliegwerk overeind gehouden maar de lol is er vanaf. Dit is zo’n beetje het beeld wat we hebben van Zuid-Limburg, Zeeuws-Vlaanderen en Noord-oost-Groningen. Maar die problemen bieden ook kansen, betoogt Nol Reverda, lector demografische krimp. Hij verwijst bijvoorbeeld naar de pest in de 14e eeuw. Naar schatting een derde van de Europese bevolking kwam om. Ook toen was er sprake van krimp, maar het vormde wel de opmaat voor de renaissance en dus de moderne tijd.
Groeidenken.
Op dat verband valt veel af te dingen, maar het typeert de toon van zijn boek ‘Over krimp’. Want hij wil graag een optimistisch geluid laten horen. Maak van de leeglopende regio’s de kraamkamers voor een anderen, duurzamere samenleving, waardoor ze weer aantrekkelijker worden voor nieuwkomers. Interessant is dat Reverda ‘kwaliteit van leven’ als uitgangspunt neemt. We zitten nog vast aan groeidenken, waarin economische waarden voorop staan. Dan betekent elke krimp een achteruitgang. Maar mensen kennen ook sociale en emotionele waarden aan hun leefomgeving toe. Dan moet je niet in het wilde weg slopen. Je moet juist stimuleren en activeren. Laat burgers zelf beslissen. En bied ruimte om te experimenteren met digitale technologieën. De toekomst is immers aan virtuele gemeenschappen. ‘Over krimp’ brengt hiermee een opwekkend geluid in.
Tot zover de boekaankondiging.
Dit lijkt mij een buitengewoon boekje en interessant voor ons als kerk(en) in Stadskanaal. Juist nu.
Want de afgelopen weken zijn wij als PGS (ProtGemStaka) wat aan het nadenken over onze visie en missie als gemeente. Wij willen graag ‘geïnspireerd in de samenleving staan’. Dit boekje zou mij best eens kunnen inspireren en helpen om het goede voor onze omgeving te zoeken. Geïnspireerd door Gods Woord verlang ik het beste voor de Veenkoloniën. ‘Zoek het goede voor de stad, want in haar vrede ligt uw vrede’. Het is voor veel mensen in de kerk een vrij nieuwe gedachte. Dat wij misschien wel geroepen zijn, niet alleen om samen fijn kerk te zijn, om samen mooie diensten op zondag te hebben, maar om het goede voor onze omgeving te zoeken. Maar dan moet je je omgeving wel kennen. En weten wat haar bezig houdt.
Als wijkraad hebben we nagedacht over het kerk zijn in deze tijd. En in de dienst hebben we de afgelopen weken nagedacht over dat woord van God wat eerst in de gevangenis opgesloten werd – maar niet op te sluiten bleek, en hoe het woord van God steeds meer gehoor vond en het aantal leerlingen sterk groeide. Groei in een krimpregio, verdraaid, zou dat eigenlijk kunnen?
It triggers me…
Maar dat boekje kan voor ons als gemeente best interessant zijn.
Wie wil het eens voor me lezen en een boekverslagje schrijven?
tp
p.s. – vooruit, hieronder dan ook gelijk maar onze visie, missie en doelstellingen…!
Visie: Geïnspireerd in de samenleving
Missie
Wij willen geïnspireerd door Gods Woord en Geest, als volgelingen van Jezus Christus, een liefdevolle, betrokken gemeente zijn, die, actief ondersteunend en eigentijds in de samenleving staat.
Onze Doelen:
Bijbelse boodschap
- Wij streven naar een heldere Bijbelse boodschap en in alle delen van het gemeente-zijn willen wij de eer van God en de navolging van Jezus centraal stellen.
Gemeente zijn
- Wij besteden bijzondere zorg aan het gezamenlijk optrekken van de wijkgemeenten zonder afbreuk te willen doen aan de eigen identiteit en kleur van elke wijkgemeente. Wij willen als gemeente van Jezus Christus, bewogen door Gods liefde, bouwen aan Zijn Koninkrijk. We stellen de ontmoeting met God en de naaste centraal.
Herkenbaarheid
- Wij willen als kerk herkenbaar zijn in de buurt en oog hebben voor knelpunten in de samenleving. Wij willen er aan werken dat mensen ons als kerkelijke gemeente weten te vinden.
Maatschappij
- Graag leggen wij verbindingen tussen geloof, eigentijdse cultuur, en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Op deze wijze willen wij een maatschappelijk betrokken gemeente zijn waarin wij niet alleen omzien naar elkaar maar ook naar anderen.
Toegankelijkheid
- We willen onze gemeente zo toegankelijk, gastvrij en dienstbaar mogelijk maken, voor ouderen , jongeren en voor mensen met diverse achtergronden. Een laagdrempelige kerk naar elkaar en naar de samenleving.
Vernieuwing
- Wij willen een gemeente zijn waar ruimte is voor vernieuwing maar nemen ook dankbaar aan wat ons aan waardevols vanuit het verleden wordt aangereikt in vele mooie tradities, vormen, en liederen.
Opnieuw weer wat technische problemen… excuus! :(
Hier gaat TP heel snel een compleet bericht typen…
God in de natuur
Een beetje beteuterd staan we als buren naar de dobberende eentjes te kijken. Vijf. Gisteren waren er nog dertien. Dat gaat niet goed. Als het in dit tempo doorgaat is moedereend snel weer alleen. We proberen elkaar te overtuigen dat dit nou eenmaal de natuur is. Nee, natuurlijk zou het niet goed zijn als alle eendjes zouden blijven leven, stel je voor zeg, haha, dan zouden we hier snel geen water meer zien maar alleen nog maar eend, haha… we zijn weer even stil. En denken aan die schattige eendjes, en hoe die *##!!^##snoek, of reiger, of welk ander naar beest dan ook, die lieve dons-kuikentjes heeft opgevroten. Nee… dit wringt. Dit is niet leuk.
Tja. Dat is de natuur.
Ik moet weer denken aan zoveel keren dat ik van mensen hoor: ‘Ik heb geen kerk nodig dominee, ik zie God meer in de natuur’. Meestal knik ik en vraag wat door. Hoe dan? En voor een heel groot deel kan ik dan ook wel instemmen met dat diepe gevoel van verrukking wat je zomaar kan overvallen als je een grote oude beuk ziet. Of een imposante waterval. Of een weidse Afrikaanse steppe. Of een moedereend met dertien gele kuikentjes…
Maar toch… Als God niet méér van zich laat horen (of haar, want als je God alleen via de natuur kan kennen, dan is het ook lastig om daar iets zinnigs over te zeggen?) - wordt het dan ook niet griezelig? Als ik naar ‘de natuur’ kijk… zie ik daar dat er van de dertien kuikentjes maar vijf overblijven. Is God zó? The survival of the fittest… En wat is daar dan mis mee? Who needs morality anyway? En waarom neem ik dan eigenlijk nog aan dat God liefde is? Moet ik niet concluderen - als ik naar de natuur kijk – dat God misschien ook wel wat wrede en sadistische trekjes heeft??
Wat is er mis mee – dat de sterkste wint en overblijft? Natuurlijke selectie… Evolutie; het bewijst z’n kracht.
Maar kijkend naar de kuikentjes snap ik plotseling weer best dat mijn bet-bet-bet-betovergrootouders superblij waren, toen ze hoorden dat ze niet meer om een boom heen hoefden te dansen om de goden tevreden te houden. En dat ze ’s avonds niet meer bang hoefden te zijn voor het grillig godenlot (‘ben ik het volgende kuikentje?!?’). Ik ben blij dat iemand de moed had en de moeite nam hen over Jezus te vertellen (“want Hij is het beeld van de onzichtbare God…en in Hem woont de ganse Godheid lichamelijk”). Ik ben blij dat ze zo dus stukje bij beetje begrepen dat die Schepper-God een God is die het gebrokene, kleine, kwetsbare en vernederde opzoekt en voorzichtig in Zijn handen neemt.
En ik ben blij dat ze mij daar over verteld hebben. Mooi genoeg om ook weer door te vertellen. En dat ‘doorvertellen’ is kerk.
Ondertussen blijft het jammer van die eendjes. Hopen dat morgen in ieder geval die vijf er nog steeds zijn.
Try out
Zojuist kom ik uit het casino.
Ik moet zeggen; het was een boeiende ervaring. Maandag is mijn vrije dag, en zo af en toe plan ik dan een werkoverleg met een goede vriend van mij.
Bij ons gebruikelijke restaurant in de buurt van Zwolle was geen plaats meer. Nare ervaring is dat; als er geen plaats voor je is. Maar dat is een ander verhaal.
Wij vertrokken dus met onze studieboeken en hoofden vol gedachten en vragen die hoognodig besproken moesten worden op zoek naar een andere gelegenheid. Alles, voor een kop koffie en een paar stoelen. Ronddwalend langs vele dichte zaken kwamen wij plotseling bij de enige gelegenheid die wel open scheen te zijn. Onder het stadion van Zwolle. Een Casino.
En warempel, de zaak was open en men haalde ons gastvrij binnen. Of zij ook een plek wisten waar we koffie konden krijgen, zo vroeg ik. Maar dat mocht ook wel bij hen, zo antwoordde de vriendelijke dame. Ja, bracht ik verlegen in, maar we zijn eigenlijk niet van plan om te gaan gokken hoor, we zoeken alleen een rustig plekje waar we warm en droog kunnen zitten om te praten, met het liefst een kopje koffie erbij. Breed glimlachend en met een naar links uitzwenkende arm haalde ze ons naar binnen.
Even later kwam een vriendelijke dame ons koffie met een gevulde koek brengen. Ik trok mijn portemonnee, waarop de dame mij verbaasd aankeek: ‘nee hoor, hier hoeft u niet te betalen, dat is een casino’. De logica van deze zin ontging mij wat (maar dat zal mijn onbekendheid met het casino-leven zijn) wat blijkbaar van mijn gezicht af te lezen was, zodat ze haar zin nog eens herhaalde.
Gratis koffie. Vriendelijke dames. Goeie stoelen. Uitstekende locatie.
Mijn studievriend en ik overwegen ernstig om van ’stamkroeg’ wat betreft onze studiemiddagen te wijzigen…
holy noise – of … de kerk van de toekomst?
Met al die ‘traditionele burgerij’ in onze gemeente hier, hield ik zondagavond bij de jeugddienst mijn hart vast. Of, nou, nee – eigenlijk ook niet. Eigenlijk heb ik gewoon bijzonder genoten. De jeugddienst die als thema ‘perfect love’ had overtrof alle verwachtingen van de jongeren. Alleen vorig jaar op witte donderdag in de stille week, met de avondmaalsviering, heb ik de Hoeksteen zo vol gezien. En zondag dus opnieuw; de kerk leek uit haar voegen te barsten en zinderde van levenslustige jongeren.
Schitterend. En het zette me aan het denken. ’s Morgens was ik ook voorgegaan in de Hoeksteen. En ik kan niet zeggen van welke dienst ik meer genoot. Of welke dienst ik ‘beter’ vond. Maar het verschil tussen beide diensten was bijzonder opvallend. De dienst ’s morgens kenmerkte zich in al haar vormen door rust, bedachtzaamheid, ‘vanzelfsprekendheid’ en een beproefde liturgie die haar kracht in de loop van lange, lange tijden bewezen heeft (jammer dat er geen jongeren waren trouwens…). De dienst ’s avonds kenmerkte zich door een ‘concertachtige’ stijl, veel multimediale elementen, losse vormen, meerdere mensen die een ‘taak op het podium’ (NB: podium, niet ‘liturgisch centrum’…?!) hadden en een nadrukkelijke rol voor hedendaagse muziek met het bijbehorend volume (leuk dat er ook wat ouderen waren trouwens..!).
En het gekke is, ik kan dus nog steeds niet zeggen wat mij nou meer past. Nu haast zich iemand om mij te zeggen: ‘maar je hoeft toch ook niet te kiezen?’. En da’s ook helemaal waar. Gelukkig kan dit. Gelukkig kunnen deze beide diensten naast elkaar bestaan. En gelukkig is daar de ruimte voor, bij ons in de gemeente. Ik ben zo blij met een gemeente waarin jongeren de vrije hand krijgen, de ruimte krijgen om hun eigen smaak en stijl te ontwikkelen.
Tegelijk hebben de vele gesprekjes vóór en ná de dienst van afgelopen zondag me wel weer veel denkstof opgeleverd. Onder andere over wat goed jeugdwerk nu eigenlijk is of zou moeten zijn. Wat doen we op de clubs en catechese? ‘Het geloofs-erfgoed doorgeven’? ‘Inwijden in de liturgie’? ‘Helpen een eigen geloofsidentiteit te ontwikkelen’? ‘Bij de kerk houwe’? ‘Bij Christus brengen’? ‘De Bijbelverhalen vertellen’? ‘Vertellen wat ons inspirireert en soms troost’? Kies maar uit…
De praktijk van de leefwereld van jongeren (en wat zij dus organiseren op het moment dat je ze even helemaal ‘de vrije hand’ geeft) toont wel dat zij niet echt op traditionele vormen en diensten zitten te wachten. Kerkelijke kleuren? Pfff…. saaaaaiii… Psalmen en gezangen? Gaaaaap… moeilijke en te filosofische taal.. Mag ik al gaan??? (…) Tja. En dat doet veel ouderen (waaronder ik mezelf voor ‘t gemak nu ook maar even reken) pijn. Zitten we nu op een breukvlak in de nationale kerkgeschiedenis? Zien wij de laatste restanten van een mooie rijke kerkelijke cultuur – en hebben we straks, als deze jongeren de nieuwe volwassenen zijn alleen nog maar het type diensten van wat we zondagavond hadden? Als die jongeren dan tenminste nog bij ons in de kerk zitten? (Pas bleek op een avond met de jeugd dat het gros van de jongeren niet denkt over tien jaar nog lid van onze gemeente te zijn, maar áls ze zich al bij een kerk aansluiten dat dat bij een iets ‘levendigere’ kerk zal zijn.)
Nu zou ik graag iets sussends willen zeggen. Zo van; dat het allemaal zo’n vaart niet loopt. En dat ik vroeger ook van meer spektakel hield en pas later het meer meditatieve en de kracht van meer abstracte verwoordingen ben gaan waarderen. Zoiets is vaak ook leeftijdsgebonden. Helemaal waar.
Maar toch kan ik mij niet aan de indruk onttrekken dat de jeugd van nu minder en minder met de kerk van toen heeft. En dat kost mij een ‘offertje’. Maar daar kom ik wel overheen. Want uiteindelijk is de kerk is ook maar een middel en de vorm van de kerk van ondergeschikt belang. Als het mij en ons maar wel gaat lukken om hen te inspireren om wel wat met die Gód van de kerk en de Bijbel te krijgen. Het bemoedigd mij om in ieder geval te weten dat die God wat met hén heeft. Heel veel met hen heeft.
En dan moet ik weer denken aan het verhaal van die volwassenen die hun kinderen bij Jezus brachten. Furieus wastie, toen de discipelen (kerk?!?) tussen de kinderen en Hem in gingen staan, omdat ze zo aan goede vormen en manieren hechten. Kinderen die een vermoeide leraar lastig vallen, ‘dat hoort niet zo’. Dat zal ons toch niet gebeuren…! Toch?
p.s. gezien de reacties op mijn vorige blog zou u kunnen denken dat onze gemeente inderdaad vooral uit ‘traditionele burgers’ bestaat. Dit zal ook best zo kunnen zijn, maar op mijn gewone mailadres kreeg ik óók nog wat uitslagen binnen van mensen, waaronder postmoderne materialisten en moderne burgers… we zijn nog op zoek naar wat opwaartse mobielen en neoconservatieven, dan zijn alle categoriën wel in de gemeente aanwezig, leuk!
bedremmeld.
Bedremmeld vind ik gewoon een heel mooi woord (bijna net zo mooi als ‘pril’). Alsof je op de drempel staat en nog een beetje heen en weer wiebelt. Dat zit in het woord. En zo ziet zo iemand er ook uit… een beetje onthutst (ook mooi), verward en met de zaak verlegen. Bedremmeld.
Vanmorgen voelde ik me ook bijna bedremmeld, toen me duidelijk werd wat ik ben. Ik ben een kosmopoliet. Ja, laat ik er maar niet omheen draaien. Volgens het Motivaction-onderzoek ben ik een ras-kosmopoliet. Nooit geweten, maar ik ben het.
Onlangs waren we met een flinke delegatie van de wijkraad naar een avond om ons te laten inspireren in het nadenken over het kerk-zijn in onze tijd en cultuur. De PKN blijkt een kerk te zijn die het vooral goed doet bij de ‘traditionele burgerij’. Nederland kan globaal genomen ingedeeld worden in acht verschillende bevolkingsgroepen. Vroeger hadden we in Nederland de diverse zuilen (rood, rooms katholiek, protestants, liberaal, etc.) – maar tegenwoordig zijn we meer gerangschikt volgens ‘leefstijlen en waardenpatronen’. En volgens die indeling ben ik (na een online-test ingevuld te hebben) een ‘kosmopoliet’. Een beetje bedremmeld staar ik naar de uitkomst, maar het staat er echt. Tijdens de inspiratiedag had ik al wel een vaag gevoel van herkenning toen de acht typen toegelicht werden - maar nu is het dan onomstotelijk bewezen. Moet er nog wel wat aan wennen. Voortaan mag ik mijzelf afficheren als ‘kosmopoliet’. Ik had eigenlijk gedacht, gezien mijn achtergrond, werkplek en levensovertuiging dat ik vast wel bij de traditionele burgerij zou horen, maar nee. Als yup, als hoogopgeleide dertiger, denk en ben ik anders dan die 24% in Nederland. Maar juist die 24% blijkt oververtegenwoordigd binnen onze PKN.
De Kosmopoliet:
De open en kritische wereldburger die postmoderne waarden als ontplooien en beleven integreert met moderne waarden als maatschappelijk succes, materialisme en genieten. Het milieu van de kosmopolieten kenmerkt zich door ambitie (hard werken en maatschappelijk hogerop komen), behoefte aan zelfontplooiing en sociale betrokkenheid. Nieuwe ervaringen en kennis opdoen om zich persoonlijk te verrijken vormen belangrijke drijfveren. Men toont een sterk geloof in het realiseren van persoonlijke en sociale ambities. De leefstijl van de kosmopolieten is actief en veelzijdig. Zij hebben een brede interesse op het gebied van kunst en cultuur. Werken neemt in dit milieu een belangrijke plaats in, zowel met het oog op persoonlijke groei als met het oog op maatschappelijke erkenning. Niet alleen werk, maar ook activiteiten in de vrijetijdssfeer worden aangewend om zich persoonlijk te verrijken. Mensen binnen dit milieu hebben een uitgebreid netwerk van sociale contacten.
Zij zijn rationeel én spiritueel, hebben een brede interesse, een afkeer van oppervlakkigheid en zijn op zoek naar authenticiteit en diepgang. De kosmopoliet integreert postmoderne waarden als ontplooien en beleven met moderne waarden als maatschappelijk succes, materialisme en genieten.
Van de andere wijkraadsleden heb ik nog niet gehoord in welke categorie zij vallen. Ik ben benieuwd of we in onze gemeente een beetje alle categoriën uit onze Stadskanaalse samenleving vertegenwoordigen. De SBS6-kijkende Nederlander, voelt die zich thuis in onze gemeente? Zijn we een NCRV-CDA-TROUW groep? Voelt de consciëntcieus afval scheidende Groenlinks-VPRO-er zich eigenlijk wel ontspannen en thuis naast een Ik Hou Van Holland-kijkende campinggast? En hoeveel hebben een Bach en Bauer-liefhebber eigenlijk gemeen? En als het voor mij (vanuit een deugd als ’spaarzaamheid’) heel belangrijk is dat de kerk alles heel goedkoop, fair en recycle doet wat kan ik dan met een ander gemeentelid voor wie iets alleen maar aantrekkelijk en daarmee geloofwaardig is als het vooral trendy, retro of glossy is?
Volgens het onderzoek mist de PKN hopeloos aansluiting bij een groot deel van de acht ‘leef- en denkstijl-groepen’ in Nederland. In de kerk zitten vooral traditionele burgers. Maar die andere groepen dan? Is daar ook aandacht en ruimte voor? Het werkt door op zoveel terreinen in ons gemeente-zijn… In het oog hebben voor gasten en wat hen bezighoud en wat zij belangrijk vinden, waar zij op letten. In het organiseren en aanpakken van het kinderwerk. In het financieel beleid. In de ‘aankleding van onze diensten’. In de opzet van onze website. In de koffie die we schenken. In de gesprekken die we samen voeren… Het zit in alles.
In ieder geval blijkt de Protestantse Gemeeente Stadskanaal een Kosmopoliet te hebben als voorganger. Echt wel.
(doe ook de test en laat weten welk kleurtje jij in de gemeente inbrengt! http://www.motivaction.nl/specialismen/mentality-tm )
p.s. ik had ook graag wat willen schrijven over de inspirerende dagen op m’n verplichte nascholing. Of mijn geweldige schaatstocht vorige week zaterdag in de Weerribben. Desgewenst wil ik daar ook nog wel ‘ns wat over vertellen…